|
De bron
De oceaan bonst in mijn bloed
Dan is het eb, dan is het vloed
Het woeste water roept mijn naam
Het stoot me af en trekt me aan
De zilte golven van de zee
zijn aan mijn tranen identiek
Ik draag de branding in mij mee
en de ritmiek
Hoe kan ik eenzaam zijn?
Ik ben een deel
van een onmetelijk geheel
Hoe kan ik eenzaam zijn? Ik hoor erbij
Dit alles is een deel van mij
Een witte schelp ligt in het zand,
stille getuige van de strijd
tegen de zeis van Vader Tijd
maar ook een sieraad op het strand
En in het felle tegenlicht
verdwijnt een Grote Stern uit zicht
Als niet zijn schaduw hem verried
zag je hem niet
Ik draag de branding in mij mee
de zilte golven van de zee
en de getijden in mijn bloed
Dan is het eb, dan is het vloed
Het woeste water roept mijn naam
Het stoot me af en trekt me aan!
|