|
Margriet Markerink, aangenaam!
Op
2 maart 1957 zag ik het levenslicht in Enschede, een stad waar toen nog de
schillenboer met paard en
wagen
door de straten reed. Al op jeugdige leeftijd was ik dol op muziek, taal en
dieren. Mijn eerste dichtbundel dateert uit 1966. Een verbouwd kladblok van de
Hema, vol met gepassioneerde rijmpjes over de natuur.
Toen ik twaalf was mocht
ik op gitaarles en werden de rijmpjes liedjes. Een 'mirakel' voor sommigen, iets
heel natuurlijks voor mij. Zoals ik het ook heel natuurlijk vond dat ik na mijn
eerste les Engels meteen al mijn eerste 'lyric' schreef.
In 1974 werd ik ontdekt door wijlen Job Zomer,
directeur
van een heuse platenmaatschappij. Dat
gebeurde tijdens een HAVO-werkweek in
Amsterdam, een stad waar toen nog niemand je zakken rolde. Op advies van Job nam
ik zangles bij zangpedagoge Elly de Jong in Utrecht, waar ik toch al naartoe zou
om Engels te gaan studeren. Na twee jaar 'toonladderen' achtte Elly me rijp om
aan een talentenjacht deel te nemen. Het werden er meteen twee en zo kon het
gebeuren dat ik in één week tweemaal op de radio te horen was.
Platenmaatschappij Phonogram contracteerde me en ineens was ik platenartieste!
Ik bracht drie singles uit: Crazy life (door mij uit het Frans in het Engels
vertaald), Take a look at me (idem) en Kite, dat geheel van eigen hand
was. In
1979 kwam de doorbraak, met de langspeelplaat Tomorrow. Daarop tien zelf
geschreven liedjes. Als blijk van waardering kreeg
ik van de Stichting Conamus de Zilveren Harp en buitensporig veel
media-aandacht. Met name Frits Spits was zo weg van de single So Sad dat hij me
de hele Markerwaard beloofde. Nooit gekregen, maar stel, wat zou ik ermee hebben
gedaan? Er een natuurgebied à la De Oostvaarderplassen van maken, natuurlijk.
Na het succes van Tomorrow werd ik in 1980 door de Stichting Conamus uitgezonden
naar
het Internationale Sopot Festival te Polen. Ik viel niet in de prijzen, maar het
was een onvergetelijke ervaring, omdat er precies op dat moment
wereldgeschiedenis werd gemaakt in de vorm van een staking op de Leninwerf in de
naburige havenstad Gdansk. Het eerste wankelen van het communisme in het
Oostblok. Ik was erbij en keek ernaar.
Na Tomorrow volgde Meet the Mark Band. Voor mijn band uit Giesbeek gaf ik mijn
artiestennaam op en mat me een nieuwe 'look' aan. Foutje, want anderhalf jaar
later was de band ter ziele. Hoogtepunt uit die periode: een TV-Special in
Polen, gekoppeld aan een tournee langs de vele openluchttheaters die het
toenmalige Oostblokland rijk was. De single Total Loss en de daaropvolgende
elpee 'Free' luidde een periode van 'muzikaal zoeken' in. Noch Meet The Mark
Band, noch Free hebben echter het succes van mijn debuutelpee Tomorrow ooit
kunnen evenaren.
In 1983 behaalde ik mijn M.O.A akte Engels en ging voor de klas staan. Om
er na enige tijd achter te komen dat
het onderwijs toch niet helemaal 'mijn
ding' was. In 1987 werd ik wederom door de Stichting
Conamus uitgezonden naar
het Internationale Troubadoursfestival op Curaçao, dat ik won. Dankzij de goede
contacten met collega-troubadours reisde ik twee jaar later met enkele van hen
naar Zweden voor een tournee langs een aantal theaters. Wat ik me daarvan
herinner is de fantastische band, bestaande uit de beste Zweedse studiomusici,
die van elk optreden een feest maakten. Enne... het onophoudelijk zwaaiende
publiek op de tribunes in de openlucht theaters. En ik maar terugzwaaien. Tot
iemand mij vertelde dat men niet naar mij zwaaide, maar de muggen op afstand
probeerde te houden.

In 1991 besloot ik in mijn moerstaal te gaan zingen en maakte met
Arno Nieuwenhuize en Peter Tiehuis, respectievelijk slagwerker en gitarist in
het Metropole Orkest, de CD Helemaal. De single Mannen baarde de nodige opzien.
Een gewaagd lied, geheel à capella gezongen. Wie brengt zoiets nu op single uit?
Nou, ik dus. Nog steeds is er vraag naar de partituren ervan.
Koren met lef
kunnen die partituren nu in de webwinkel kopen. In 1999 bracht ik op verzoek van
een aantal vrienden de
verzamel-cd 'Voor mijn Vrienden' uit. Daarop
nummers uit de grammofoonplatentijd, aangevuld met drie nieuwe liedjes,
gearrangeerd door de onvolprezen Erik van der Wurff.
Optredens
Tot halverwege de jaren tachtig trad ik overal in het land op met nummers van
mijn elpees. Omdat ik het niet leuk vond om avond
aan
avond hetzelfde te zingen bedacht ik de Personal Touch-formule, oftewel: het
zingen van zelf geschreven liedjes die zijn toegesneden op lijf en bedrijf.
Arbeidsintensief, maar heerlijk om te doen! Zelfs de kleding was meestal
maatwerk: een tot jurkje vermaakte vlag van het betreffende bedrijf. Binnen
enkele jaren hadden de openbare optredens plaats gemaakt voor deze besloten
optredens, die me naar alle uithoeken van de
wereld
voerden. De Personal Touch-formule bestaat nog steeds als verrassend
'tussendoortje' van twintig hoogstpersoonlijke minuten waarin ik de te verrassen
persoon geheel unplugged toezing. De impact is altijd dezelfde. 'Wie was die
dame en hoe kan ze zoveel van me weten?' vraagt menig jubilaris zich dagen later
nog af. Ach, deze Personal Touch lady heeft zo haar bronnen, zullen we maar
zeggen!
   
Presentatie
In 2000 was ik gedurende de zomermaanden te horen op RTV-Gelderland met mijn
twee uur durende radio-programma De Zomerzaterdagmiddag. Daarin nodigde ik niet
alleen zingende en schrijvende artiesten uit. Ik draaide ook muziek die je
anders nooit op de radio hoort. Het onconventionele programma had een vaste
schare luisteraars, die regelmatig in de telefoon klommen om live in de
uitzending een boom met me op te zetten over van alles en nog wat. In 2001 en
2002 presenteerde ik samen met Peter Schoof en Marcel Spijkerman voor RTV Oost
het programma In de Zomertuin. Het presenteren beviel zo goed, dat het zich in
de jaren erna heeft ontwikkeld tot een tamelijk zeldzaam fenomeen:
zangpresentatie. Zingend presenteren.
Alle teksten op rijm en op muziek. Een sprekend voorbeeld daarvan was de
gezongen presentatie van het Achterhoek Promotie Gala in 2005, waarbij ik
samenwerkte met Chrystal Park Media Productions uit Brummen, dat al mijn teksten
van bewegende en stilstaande beelden voorzag, waardoor de genodigden zich in een
film waanden!
Journalistiek
Van 1991 tot 1997 vormde ik de éénvrouws-redactie van PALM NIEUWS, het
verenigingsorgaan van de
Professionele Auteurs Lichte Muziek. Het waren mijn
eerste journalistieke stappen. De vaardigheden die ik gedurende die periode
ontwikkelde, kwamen goed van pas toen ik in 1997 recensies en artikelen ging
schrijven voor het Gelders Dagblad. Dat vond ik zulk leuk werk dat ik besloot
mijn werkterrein uit te breiden en nu behoor ik alweer tien jaar lang tot het
legioen
van freelance-journalisten. Ik werk vaak en graag samen met Stockpaard
Producties, het bedrijf van natuur- en dierenfotografen Natasja Bekkers en Arjan Wijnstra.
Samen met dit tweetal gedreven paardenliefhebbers maakte ik in 2002 het boek 'Koniks,
wilde paarden in Nederland', een project van natuurontwikkelingsorganisatie
Stichting Ark. Sinds 2005 fotografeer ik zelf ook, waardoor ik de mogelijkheid
heb tekst en beeld helemaal op elkaar af te stemmen. Sindsdien verschijnen er
regelmatig reportages van mijn hand in diverse tijdschriften.
|